Rapport Werkgroep discontovoet 2025 (19-09-2025; Kamerstuk 29352 nr. 12, kabinetsreactie 31-10-2025, geldt vanaf 1-1-2026): standaard 2,8/1,8%, laag 2,2/1,4%, hoog 4,2/2,7%; met Algemene Leidraad MKBA (2013) en Handboek Milieuprijzen (2023)
Methodologie
Methodologische basis van deze MKBA-reeks. ACTUEEL (vanaf 30-09-2026; Kamerstuk 29352 nr. 12 van 31-10-2025 en rapport Werkgroep Discontovoet 2025, source 344): getrapte reële discontovoet, standaard 2,8% voor kosten en baten tot en met jaar 35 en 1,8% daarna, per jaar toegepast (DF(t) = 1,028^-min(t,35) x 1,018^-(t-35)), opgebouwd uit een risicovrij deel van 0,0% plus risicopremie; lage voet 2,2%/1,4% alleen voor in hoge mate onvermijdbare vaste kosten van een investering zonder alternatieve aanwending (bijv. investering en vervanging van infrastructuur of zuivering; afwijken naar de standaardvoet alleen met onderbouwing); hoge voet 4,2%/2,7% alleen voor baten die sterk niet-lineair met gebruik en conjunctuur verlopen. Horizon: 100 jaar met vervanging en restwaarde voor klimaat/adaptatie, infrastructuur, natuur en drinkwater (MIRT-praktijk, werkgroeprapport 2025 voetnoot 18; minimaal 50 jaar); 30 jaar voor regelwijzigingen zonder kapitaalgoed in het sociaal domein, met 50 jaar als variant (voortbestaan van het stelsel onzeker). Gevoeligheid: de oude methode (2,25% reëel, 30 jaar) blijft zichtbaar als gevoeligheidsvariant; een verplichte discontogevoeligheidsanalyse is vervallen. HISTORIE (t/m 29-09-2026): horizon 30 jaar, discontovoet 2,25% reëel met gevoeligheidsbandbreedte 1,85-2,65% (WLO Laag/Hoog, Werkgroep Discontovoet 2020 - verving de 3% uit de oudere Werkwijzer sociaal domein SEO 2016). Verdelingseffecten worden apart in beeld gebracht maar tellen standaard niet mee in het MKBA-saldo (vandaar de aparte variant met verdelingsgewicht); CO2-schaduwprijzen (€50/€130/€160 per ton) uit het Handboek Milieuprijzen 2023, prijspeil 2021 (actualisatie naar WLO 2025-prijzen bij 2,8% staat open). Herrekend op 30-09-2026: analyses 27-31 (dp 48-52) en 62 (dp 595); script /workspace/discontering/herrekening.py.
WERKGELEGENHEID IN DE MKBA (rekenregel vanaf 30-09-2026, scientist; inbreng Harmen Bos). (1) Banen tellen niet als baat. Leidraad 2013 par. 3.4.3 (p.66-67): bij maatregelen die niet op de arbeidsmarkt zijn gericht 'is er meestal alleen sprake van verschuivingen op de arbeidsmarkt. Extra werkgelegenheid die ontstaat als gevolg van een maatregel op een locatie of in een bedrijfstak, gaat dan ten koste van werkgelegenheid elders'; 'op nationale schaal over het algemeen geen effect'; uitzondering alleen bij 'onvrijwillige werkloosheid die het frictieniveau overstijgt'. Werkwijzer MKBA bij MIRT 2024 par. 4.2.1 (source 605): alleen bij vermindering van structurele werkloosheid een welvaartseffect; verschuivingen tussen regio's en sectoren wel altijd benoemen. Dit geldt in beide richtingen: behoud van banen bij een subsidie of maatwerk is geen baat, verlies bij krimp of sluiting is geen structurele kostenpost. (2) Wel meetellen: frictiekosten. Tijdelijke onvrijwillige werkloosheid boven het frictieniveau (productieverlies minus waarde vrije tijd; WW-uitkeringen zijn een overdracht en dus verdelingseffect), omscholingskosten, blijvend loonverlies door verlies van bedrijfs- of sectorspecifiek menselijk kapitaal (CPB 2014, source 610), en regionale effecten in de verdelingsparagraaf (regio's met één dominante werkgever; Ruhrgebied, source 611; IJmond, source 603). (3) Schaarse arbeid kost geld: kosten zijn opportunity costs, ook van arbeid (Leidraad par. 9.2.2: 'de opgeofferde baten in het best mogelijke alternatief'; arbeid wordt daar met name genoemd). De term schaduwloon komt uit de EC-gids CBA 2014 (source 606, par. 2.8.5): bij geschoolde werknemers uit vergelijkbaar werk ligt het schaduwloon 'equal or close to the market wage'; banen zijn dan geen baat, en werkgelegenheid én schaduwloon samen opvoeren is dubbeltelling. In een krappe markt voor technici (UWV Q1 2026: 87 van 93 beroepsgroepen krap of zeer krap, source 608) is de maatschappelijke prijs van een technicus bij een vervuilend bedrijf dus (bijna) zijn volledige loonkosten, want dat is wat hij elders oplevert; zijn baan telt niet als baat. Wat niet in het loon zit, zoals externe baten die elders wegvallen (vertraagde netuitbreiding of verduurzaming door tekort aan technici, vermeden CO2), is niet generiek te kwantificeren en wordt kwalitatief benoemd (niet optellen bij het loon: dubbeltelling). (4) Kwalitatieve toets 'bijdrage aan brede welvaart per baan' (aansluitend bij de CBS Monitor Brede Welvaart, RuleId 2): per baan of sector benoemen (a) hier en nu: toegevoegde waarde en belastingafdracht per werknemer, gezondheidsschade omwonenden; (b) later: CO2 en overige emissies per werknemer, bijdrage aan of blokkade van de energietransitie (inzet van schaarse technici, netruimte); (c) elders: exportaandeel, emissies en grondstofwinning in het buitenland. Dit is een presentatie naast het saldo, geen weging in euro's.