Schulden als bron van macht en oorlog
Aspect
Wie leent de wereldschuld van ruim 350 biljoen dollar uit, hoe vormden schulden door de eeuwen heen macht en oorlog, en welke voorstellen voor schuldsanering liggen er? Een overzicht op basis van een video van The Invisible Hand, getoetst aan bronnen.
Inleiding
Bijna elk land heeft schulden, en ze groeien. Volgens het Institute of International Finance (IIF) stond de wereldwijde schuld van overheden, huishoudens, bedrijven en financiële instellingen halverwege 2026 op 365,5 biljoen dollar, ongeveer 310 procent van het wereldwijde bbp. Maar als iedereen schulden heeft, wie leent dan het geld uit? En wat doet die schuld met de verhouding tussen staten? src:2004
Dit stuk volgt eerst de video If Every Country is having a Debt Crisis... Who's Lending the Money van The Invisible Hand, in de volgorde van de video. Daarna verbreden we de blik naar de geschiedenis: van de oprichting van de Bank of England om oorlog te financieren tot de manier waarop de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog via leningen en de dollar dominant werden. We sluiten af met de bestaande voorstellen voor schuldsanering en een reeks open vragen. src:2003
Wat de video zegt
1. De schuldenberg (video vanaf 0:00). De video noemt een wereldschuld van ongeveer 350 biljoen dollar, rond 310 procent van het bbp, en rentes op meerjarige hoogtes: de Duitse tienjaarsrente op het niveau van 2011, en in de VS rentelasten die hoger zijn dan het defensiebudget. Dat klopt in grote lijnen. Het IIF meldde 352,7 biljoen in het eerste kwartaal van 2026 en 365,5 biljoen halverwege het jaar. Ook de rente-uitspraak klopt. Volgens het Amerikaanse ministerie van Financiën waren de netto rentelasten in begrotingsjaar 2025 970 miljard dollar, tegen 917 miljard aan defensie. In 2024 lag de netto rente met 881 miljard ook al boven defensie, en het CBO verwacht dat dat tot minstens 2035 zo blijft. src:2003 src:2004 src:2005 src:2006
2. Wie leent het geld uit (video vanaf 1:27). Staten lenen bij hun eigen burgers en instellingen via obligaties, bij interne overheidsfondsen zoals het Amerikaanse Social Security-fonds, en in het buitenland. De video noemt voor de VS ongeveer 9,3 biljoen dollar aan buitenlandse financiering. Dat klopt: volgens de officiële TIC-cijfers van het Amerikaanse ministerie van Financiën hielden buitenlanders eind augustus 2026 voor 9,33 biljoen dollar aan Amerikaanse staatsobligaties, met Japan (1,07 biljoen), het Verenigd Koninkrijk (1,01 biljoen) en China (0,59 biljoen) als grootste houders. China, de VS en Europa vormen de grootste blokken. src:2007 src:2008
3. Geschiedenis (video vanaf 3:09). Vorsten leenden vroeger vooral om oorlog te voeren en moesten persoonlijk terugbetalen. Het Groot-Brittannië van de achttiende eeuw voerde een systeem in waarin de staat oude schuld aflost met nieuwe schuld. De eeuwigdurende obligaties (consols) die in 1752 werden ingevoerd, werden pas in 2015 volledig afgelost. src:2015 src:2014
4. Een circulair netwerk (video vanaf 5:12). Schuld is volgens de video vooral geld dat burgers, bedrijven en overheden aan elkaar lenen, uitgelegd met een model van drie personen. Ongeveer 65 procent van de Amerikaanse schuld zou in eigen land worden aangehouden. Dat is aan de lage kant. Van de schuld die bij het publiek ligt, houden buitenlanders 28,7 procent (augustus 2026), dus ongeveer 71 procent is binnenlands. Telt u ook de schuld mee die overheidsfondsen bij de overheid zelf hebben, dan is het binnenlandse aandeel ongeveer 77 procent. src:2007 src:2008
5. Risicopremie (video vanaf 7:35). Hoe groter de schuld, hoe hoger de premie die beleggers vragen voor het risico dat een land niet terugbetaalt. Problemen in één land kunnen als dominostenen overslaan naar andere. src:2003
6. Inflatie en verdringing (video vanaf 11:25). Volgens het Fisher-effect eisen beleggers een hogere nominale rente als ze hogere inflatie verwachten. Na de pandemie bleef de inflatie langer boven 2 procent. De video gebruikt Frankrijk als voorbeeld van een land waar rentelasten ruimte wegnemen voor scholen en ziekenhuizen. src:2003
7. Truss en geld bijdrukken (video vanaf 13:51). Het minibudget van september 2022, met ongedekte belastingverlagingen, deed de Britse rente in enkele dagen sterk stijgen. Pensioenfondsen met hefboomconstructies (LDI) kwamen in de knel en de Bank of England moest tijdelijk obligaties opkopen. Centrale banken kunnen geld bijdrukken om een betalingsonmacht te voorkomen, maar dat kan een inflatiespiraal veroorzaken. src:2003
8. Het prikkelprobleem (video vanaf 17:05). De kosten van ingrijpen komen meteen, de kosten van niets doen komen langzaam. Uitstellen is daarom politiek rationeel, ook als het maatschappelijk duurder uitpakt.
Wie heeft de schuld in handen
| Sector | Biljoen dollar, Q1 2026 |
|---|---|
| Overheden | 108,5 |
| Niet-financiële bedrijven | 101,8 |
| Financiële sector | 77,3 |
| Huishoudens | 65,1 |
Bron: IIF Global Debt Monitor, mei 2026. src:2004
Overheden zijn de grootste schuldenaar, maar private schuld is samen ruim twee keer zo groot. Volgens het IIF lijkt de daling van de schuldquote sinds 2021 vooral een effect van inflatie, die het nominale bbp opdrijft, en niet van echte aflossing. src:2004
Schuld en hegemonie: een tijdlijn
| Jaar | Gebeurtenis | Betekenis |
|---|---|---|
| 1694 | Oprichting Bank of England | Lening van 1,2 miljoen pond aan Willem III voor de oorlog met Frankrijk; begin van de financiële revolutie |
| 1752 | Consols | Eeuwigdurende staatsschuld; Groot-Brittannië kan goedkoop lenen en oorlogen langer volhouden |
| 1919 | Verdrag van Versailles | Duitse herstelbetalingen; Keynes waarschuwt in The Economic Consequences of the Peace |
| 1941 | Lend-Lease | Amerikaanse leveringen aan Groot-Brittannië; latere voorwaarden over vrije handel |
| 1944 | Bretton Woods | IMF, Wereldbank en de dollar als ankervaluta |
| 1946 | Anglo-American loan | 3,75 miljard dollar; laatste aflossing in december 2006 |
| 1953 | Londens schuldenakkoord | Ongeveer de helft van de Duitse buitenlandse schuld kwijtgescholden |
| 1956 | Suezcrisis | De VS blokkeren IMF-steun en zetten het pond onder druk; Groot-Brittannië trekt zich terug |
| 1996-2005 | HIPC en MDRI | Kwijtschelding voor arme landen met strenge voorwaarden |
| 2013- | Belt and Road | China wordt de grootste bilaterale schuldeiser van ontwikkelingslanden |
| 2022 | Truss-minibudget | Markten straffen een ongedekt begrotingsplan binnen enkele dagen |
Bronnen tijdlijn: src:2014 src:2015 src:2018 src:2016 src:2019 src:2017 src:726
Het patroon is dat wie goedkoop kan lenen langer oorlog kan voeren, en dat wie schuldeiser is, kan voorwaarden stellen. Groot-Brittannië won in de achttiende eeuw oorlogen tegen een groter Frankrijk, mede omdat het betrouwbaar kon lenen. In de twintigste eeuw draaiden de rollen om. Na twee wereldoorlogen was Groot-Brittannië schuldenaar van de VS. De voorwaarden van de lening van 1946, onder meer de inwisselbaarheid van het pond, leidden in 1947 tot een valutacrisis. In 1956 zette de regering-Eisenhower financiële druk op het pond om een einde te maken aan de Britse interventie bij Suez. Versailles laat de keerzijde zien: Keynes waarschuwde dat onbetaalbare herstelbetalingen tot politieke ontwrichting zouden leiden. Na 1945 koos men bij Duitsland bewust voor een andere aanpak. src:2016 src:2017 src:2018 src:2019
Ook nu zijn schulden een geopolitiek instrument. China leende via het Belt and Road Initiative honderden miljarden uit aan ontwikkelingslanden. Het beeld van een bewuste schuldval wordt door onderzoekers zoals Deborah Brautigam genuanceerd, maar China's rol als schuldeiser maakt herstructureringen wel trager en ingewikkelder. Het IMF stelt als crisislener voorwaarden, waarin de grote aandeelhouders, vooral de VS, de doorslag geven. src:2021
Wat niet klopt
Er circuleert de bewering dat Groot-Brittannië Palestina aan de Joden gaf vanwege schulden bij de familie Rothschild. Daar is geen historisch bewijs voor. De Balfour-verklaring van 2 november 1917 was een brief van minister Arthur Balfour, gericht aan Walter Rothschild als vertegenwoordiger van de Britse zionisten. Die adressering is waarschijnlijk de reden dat het verhaal zich hecht. src:2011
Historici zoals Jonathan Schneer (The Balfour Declaration, 2010) en James Renton (The Zionist Masquerade, 2007) noemen andere, gedocumenteerde motieven. Groot-Brittannië zocht steun in de oorlog, onder meer van Joodse gemeenschappen in de VS en Rusland. Een Brits-gezind Palestina beschermde het Suezkanaal en de route naar India. En Chaim Weizmann lobbyde jarenlang bij de Britse regering. De oorlogsfinanciering van Groot-Brittannië liep in die jaren vooral via de Amerikaanse bank J.P. Morgan en later de Amerikaanse overheid, niet via een schuld aan Rothschild die met Palestina zou zijn verrekend. Het idee dat een Joodse bankiersfamilie in het geheim de politiek van staten stuurt, is een oud antisemitisch complotmotief, en het vertroebelt de echte, goed gedocumenteerde rol die staatsschuld in de geschiedenis speelde. src:2012 src:2013
Wat dit betekent voor Burgerplatform
Schuldencrises komen zelden onverwacht. Het CPB en DNB waarschuwen al jaren dat de Nederlandse rentelasten stijgen nu oude, goedkope leningen worden vervangen door nieuwe tegen hogere rente. DNB verwacht een stijging van ongeveer 0,7 procent van het bbp in 2025 naar ruim 1 procent in 2028; het CPB ziet de EMU-schuld oplopen van 44,4 procent van het bbp in 2025 naar 52,5 procent in 2034. Het CBO rekende voor dat de Amerikaanse rentelasten defensie zouden inhalen, en dat gebeurde. Zulke risico's moet je vooraf zichtbaar en doorrekenbaar maken, en niet pas benoemen als de markt al heeft gereageerd, zoals bij Truss. src:2009 src:2010 src:2006
Kernpunt: Elke euro rente is een euro die niet naar onderwijs, zorg of klimaat gaat. Rentelasten horen daarom in elke brede-welvaartsanalyse als expliciete post, met een gevoeligheidsanalyse voor een hogere rente.
Naar een saneringsplan
Veel landen met de grootste klimaatrisico's betalen meer aan rente dan aan klimaataanpassing. Daarom liggen er voorstellen om schuldsanering te koppelen aan economische stabiliteit en klimaatbeleid. Hieronder een feitelijk overzicht, zonder eigen beleidsadvies. src:2025
| Voorstel | Effect | Kosten en nadelen |
|---|---|---|
| Londens schuldenakkoord (1953) | Ongeveer de helft van de Duitse schuld kwijtgescholden; aflossing gekoppeld aan exportinkomsten; basis voor het Wirtschaftswunder | Geopolitiek gedreven (Koude Oorlog); moeilijk te herhalen zonder een dominante schuldeiser |
| HIPC en MDRI (1996-2005) | Meer dan 100 miljard dollar kwijtgescholden voor 37 landen, waarvan 31 in Afrika; meer uitgaven aan onderwijs en zorg | Trage, strenge voorwaarden; veel landen kwamen opnieuw in de schulden; risico op moral hazard |
| G20 Common Framework (2020) | Eén tafel voor de Club van Parijs, China en private schuldeisers | Traag: Zambia had ruim 3,5 jaar nodig (2021-2024), Ghana bijna 2 jaar; voor Ethiopië is het akkoord met obligatiehouders in 2026 nog niet rond; onenigheid over gelijke behandeling van schuldeisers, onder meer met China |
| Bridgetown Initiative (Mottley, 2022) | Meer goedkoop kapitaal van ontwikkelingsbanken, pauzeclausules bij rampen, inzet van SDR's | Hangt af van de bereidheid van de aandeelhouders; voor een deel nog niet uitgevoerd |
| Debt-for-nature swaps | Ecuador (2023): 1,63 miljard dollar aan obligaties met korting teruggekocht, schuld 972 miljoen lager, ruim 450 miljoen voor natuurbehoud op de Galápagos; Belize (2021): 553 miljoen teruggekocht met 45 procent korting, schuld 12 procent van het bbp lager | Kleine schaal, hoge transactiekosten, kritiek op de governance en de verdeling van voordelen |
| Klimaatbestendige schuldclausules | Aflossing tijdelijk opgeschort na een orkaan of ramp (onder meer Grenada, Barbados, VK-exportkredieten) | Iets hogere rente; alleen in nieuwe leningen; triggers moeten precies zijn afgesproken |
| SDR's herverdelen via het IMF | 650 miljard dollar uitgegeven in augustus 2021; rijke landen zegden 103 miljard toe om door te geven, onder meer via het Resilience and Sustainability Trust | SDR's gaan naar rato van IMF-aandeel vooral naar rijke landen; doorgeven gaat traag en heeft juridische grenzen |
| VN-mechanisme voor staatsschulden | Een internationale insolventieregeling; VN-resolutie 69/319 (2015) legde negen niet-bindende principes vast, aangenomen met 136 stemmen voor, 6 tegen en 41 onthoudingen | Steun van grote schuldeisers ontbreekt; zorgen over rechtszekerheid en hogere leenkosten |
Bronnen overzicht: src:2019 src:726 src:2020 src:2021 src:2022 src:2023 src:2024 src:2026 src:684
Het World Resources Institute (WRI) concludeert dat swaps en klimaatbestendige clausules fiscale ruimte voor klimaatbeleid kunnen scheppen, maar geen oplossing zijn voor landen in ernstige schuldnood. Die hebben volgens het WRI een bredere herstructurering nodig. Swaps werken het best bij biodiverse middeninkomenslanden met een goede kredietwaardigheid en een transparant raamwerk. Drie spanningen komen bij alle voorstellen terug. Moral hazard: kwijtschelding kan ertoe leiden dat landen en schuldeisers minder voorzichtig worden. De macht van schuldeisers: private obligatiehouders en investeringsfondsen kunnen een akkoord blokkeren of via de rechter doorprocederen. En China als schuldeiser: China wil meestal bilateraal onderhandelen en wil multilaterale banken laten meebetalen, wat gezamenlijke akkoorden vertraagt. src:2025
Open vragen
Hoe meet je vooraf of een land zijn schuld nog kan dragen, en welke indicator past in een brede-welvaartsanalyse? Kan een sanering bindend aan klimaatdoelen worden gekoppeld zonder de soevereiniteit van een land aan te tasten? Wie betaalt de kwijtschelding: belastingbetalers in schuldeiserlanden, pensioenfondsen of ontwikkelingsbanken? Hoe krijg je China en private schuldeisers aan één tafel? En wat leert Nederland, met stijgende rentelasten, zelf van deze voorbeelden?
Documenten
Terug & verder bladeren: